Riquinius ten Velde [ca. 1350-1390]








































































1400
1500
1600
1700
1800
1900
2000
bekende tijdgenoten:   

Riquinius ten Velde is de oudst bekende stamvader uit het geslacht Braakman. Hij verkreeg in 1352 burgerrechten.
Zijn zoon
Dyncus verkreeg  op zijn beurt in 1398 burgerrecht.
Kleinzoon
Everardus was in 1428 aan de beurt en achterkleinzoon Geert in 1502.

In de Middeleeuwen kon elke stad zijn eigen definitie van burgerrechten aanhouden.

Het burgerrecht wordt verkregen door het hebben van bezit of eigendom, of door geboorte, huwelijk of vestiging in de stad.

Men kan zich ook inkopen. Burgers zijn verplicht tot het betalen van belastingen, het leveren van diensten aan de stad en tot het -financieel en in persoon- bijdragen aan de verdediging ervan. Alle burgers leggen een eed van trouw af aan de stadsregering. Het burgerrecht geldt formeel overigens alleen de mannelijke inwoners. Belangrijke of nuttige personen behoefden slechts enkele jaren op dit voorrecht te wachten,
Alle stadsbewoners - behalve de burgers en hun gezinnen ook de 'bijwoners' (dienstpersoneel, gezellen, leerlingen, dagloners, e.a.) en de vreemdelingen - moeten zich houden aan de regels met betrekking tot het gebruik van open vuur en licht, van maten en gewichten, het houden van dieren en de reinheid van de straten. Middeleeuwse bronnen geven aan dat in het algemeen zo'n 4% van de inwoners van een stad behoort tot de aanzienlijke burgers; 16% staat te boek als 'kleinburger', 20 à 30 % van de inwoners zou arm zijn.

Braakman